Gepost op

HEADSHAKING

Kopschudden als bron van frustratie…

Paarden die last hebben van het headshaking syndroom gooien hun hoofd aanhoudend en heftig, bijna spastisch verticaal op en neer. Daarmee drijven ze menner of ruiter én hun dierenarts tot wanhoop, want er is geen goed werkende therapie voor deze aandoening. Dr. W. Robert Cook, een Amerikaanse chirurgisch gespecialiseerde paardenarts doet al jaren onderzoek naar het kopschudden en komt met een aantal nieuwe inzichten.

Het hoofdschudden is de meest opvallende en verstoorde uiting van de aandoening. Maar er bestaan ook andere uitingen, zoals mond wrijven, proesten, briesen, snurken en een algemene overgevoeligheid en schuwheid wanneer het paard wordt aangeraakt rond de mond, het gezicht en de oren. Hoge omgevingstemperaturen, wind en regen verergeren deze uitingen, evenals fel zonlicht.

Lees hier het hele artikel! 

Gepost op

PAARDEN PREFEREREN MINDER TEUGELDRUK

Volgens een nieuw onderzoek door Europese paardenwetenschappers, zouden paarden liever de teugeldruk ontlopen dan eraan gewend raken. En boven een bepaald niveau van geforceerde spanning kan deze teugeldruk verzet veroorzaken. Om juist het meeste profijt van de training te krijgen en om de gevoelige paardenmond te sparen moeten ruiters weten wanneer ze minder spanning moeten houden op de teugels. Dat zal over het algemeen zijn als het paard verzet gaat tonen.

“Natuurlijk hebben wij de bedoeling om spanning te vermijden wanneer we tijdens onze training bezig zijn,” zegt dr. Janne Winther Christensen, wetenschapsonderzoeker op de Faculteit van agriculturele wetenschappen aan de Aarhus Universiteit in Tjele (Denemarken). “Beter aandacht besteden aan het moment van drukverlichting helpt het paard bij het leerproces en draagt bij aan zijn welzijn,” stelt ze. Met haar recent onderzoek laat dr. Janne Winther Christensen duidelijk zien dat paarden spanningsvermindering op de teugels prefereren.

Samen met Franse en Oekraïense collega’s testte Christensen 15 tweejarige warmbloed paarden die nog nooit een bit in de mond in hun mond hadden gehad. Juist door jonge paarden te gebruiken waren ze in staat vast te stellen hoe de paarden van nature reageerden op de teugeldruk, zonder dat ervaringen met ruiters een rol konden spelen. De paarden kregen een trensbit in dat met teugels aan een singel (een hele singel die achter de schoft om het paard werd vastgemaakt) werden bevestigd met een variatie in lengte. Op deze manier waren de onderzoekers in staat om de bereidheid van het paard te testen om hun hoofd naar voren te steken over een ijzeren stang naar een emmer met granen en melasse. De verwachting was dat de twenters de teugeldruk de eerste dag van het onderzoek niet zouden willen ondergaan, maar dat ze gaandeweg de volgende dagen deze druk beter zouden ondergaan. Ze waren verbaasd te constateren dat het tegendeel waar was.

“De paarden accepteerden een verrassend hoge druk op de eerste dag maar leerden duidelijk hoe ze de spanning konden ontlopen in plaats van aan de druk te wennen,” stelde Christensen en legde uit dat de paarden de eerste dag een druk van 10 N (Newton, ongeveer gelijk aan kilogramgewicht) accepteerden, maar de dagen erna slechts 6 N. “Dit bewijst duidelijk dat paarden een aversie hebben tegen teugeldruk.” Verzet werd getoond door de mond te sperren, het hoofd omhoog te doen of met het hoofd te slaan en achteruit te deinzen. Dit verzet hing bij dit  onderzoek duidelijk samen met hoge teugeldruk volgens Christensen, die haar bevindingen presenteerde tijdens de zesde International Equitation Science Conference in Uppsala (Zweden) in augustus 2010, waarna publicatie volgde in de Equine Veterinary Journal.

Eerdere onderzoeken zoals door verschillende onderzoekteams gedaan, lieten zien dat ervaren paarden een druk verdroegen tot 40 N en dat deze paarden niet altijd verzet toonden, laat Christensen weten. Deze meer ervaren paarden waren waarschijnlijk minder gevoelig geworden voor teugeldruk vanwege intensieve training zonder de juiste ontspanning op de teugel en ze konden getraind zijn in het niet meer tonen van verzet. In een ideale situatie zouden ruiters in staat moeten zijn om juist gebruik te maken in hun training van de natuurlijke gevoeligheid van de paarden op het bit. “Je zou verwachten dat bij een hoger niveau van rijkunst minder druk nodig is om een paard te laten reageren,” zegt ze, “zodat de hulpen steeds lichter worden bij de hogere dressuur.”

Volgens Christensen zullen de gegevens uit dit onderzoek in de toekomst gebruikt gaan worden bij onderzoeken over hoe verschillende trainingstechnieken invloed hebben op het paardenwelzijn en de hoeveelheid stress. “Paarden trainen door een negatieve beloning te geven, zoals druk geven en weghalen op het bit eisen verantwoordelijkheid van de ruiter om te kunnen vaststellen wanneer het paard in de training de hulpen gaat ontlopen en gestrest raakt,” legt ze uit. “Dus zowel de professionele als de amateurruiters zullen hun trainingstechnieken moeten aanpassen als hun paard verzet toont.”

Bron: www.bitloos.nl

Gepost op

ONDERZOEK VAN DR. COOK

ONDERZOEK VAN DR.COOK: van 12 naar 200 problemen!

“Prior to 1997,” Dr. Cook says, “I might have listed 12 problems as ‘aversions to the bit.’ From research completed since then I now list over 200 negative behaviors and 40 diseases…I kick myself for not having recognized sooner that the bit causes so much mayhem. Bronze age man made a mistake putting a piece of metal in a horse’s mouth.”

Bekijk hier de lijst die Dr.Cook heeft opgesteld!

Gepost op

BOTWOEKERING

ONTSTOKEN BOTVLIES ONDERKAAK

‘Operatieve verwijdering van ontstoken botvlies (botwoekeringen) van de onderkaak (periostitis mandibulare) veroorzaakt door beschadigingen door het bit.’

door dr. Thomas J. Johnson

“Operatieve verwijdering van ontstoken botvlies op de onderkaak (periostitis mandibulare) is een eenvoudige procedure die uitgevoerd kan worden als een staande ingreep bij eigenaren thuis. Met de juiste situatiekeuze kan, bij paarden die lijden aan actieve botvliesontsteking op de onderkaak, deze operatieve procedure het welzijn behoorlijk vergroten als het paard met een bit gereden wordt.

Adres auteur: Advanced Equine Dentistry, 6101 Katz Road, Grass Lake, MI 49240

1. Introductie
Veel sportpaarden lijden aan pijnlijke botwoekeringen die ontstaan zijn door verwondingen. Botvliesontsteking en de vorming van nieuw botweefsel die daarvan het gevolg is, veroorzaakt hevige pijn als het bit de beschadigde plek raakt. Het gebied dat het vaakst beschadigd is zijn de lagen, het tandenloze gebied tussen de hoeksnijtand en de eerste kies van de onderkaak (tweede premolaar – figuur 1). Soms kunnen
ook verwondingen ontstaan op de lagen van de bovenkaak. Een operatieve verwijdering van het aangetaste weefsel kan de pijnreactie verlichten, die het paard door een scala van gedragsuitingen toont, als hij met het bit in aanraking komt.

De meeste paarden met botvliesontsteking op de onderkaak zijn sportpaarden die met een zwaar en stevig bitcontact worden gereden. Onervaren of overijverige handen kunnen resulteren in schade aan het onderkaakbot. De vaak aangetaste paarden bevatten de volgende categorieën: dressuurpaarden, gangenpaarden, western gereden paarden, renpaarden, jachtpaarden en polo pony’s 1). Andere oorzaken van verwondingen zijn: paarden die op de teugels stappen, paarden die zijn vastgezet aan het bit en schade die ontstaat door diverse soorten verkeerde trainingen met bitten.

Paarden tonen vaak gedragingen die te maken hebben met het ontlopen van het bitcontact als ze gereden worden. Paarden die het bit willen ontlopen door ‘achter de teugel’ of ‘achter het bit’ te gaan lopen, of door hun hoofd zo op en neer te slaan dat de ruiter het contact loslaat. Sommige paarden zullen de pijn verdragen, terwijl andere hun tong naar buiten hangen om die plek te beschermen die het meeste pijn doet. Het betasten van de lagen kan een pijnlijke respons oproepen. De vorm en bouw van de lagen varieert bij paarden. Sommige paarden hebben dikke, ronde lagen, andere hebben messcherpe dunne, smalle lagen. Die laatste, de dunne en hoge lagen,
zijn meer verwondinggevoelig. Als we de lagen onderzoeken zou je de beide zijden ervan tegelijkertijd moeten betasten om de symmetrie te vergelijken. Actieve botvliesontsteking zal aanvoelen als een zacht en dikker geworden weefsel, meestal met een zacht oedeem (vochtbult) en een mogelijke slijtage of afbraak van het slijmvlies. Paarden kunnen heftig reageren als het gevoelige gebied betast wordt. Een niet meer actieve botvliesontsteking zal aanvoelen als een harde botaanmaak, bedekt met een dun laagje slijmvlies. De schade die heeft geleid tot botvorming zal vaak een zichtbare spoor in de mondholte geven en soms ook een nare reuk veroorzaken. Diagnose moet ook betrekking hebben op niet zichtbare wolfskiesjes in de onderkaak, breuk in de onderkaak, een vreemd voorwerp en afwijkende doorkomende tanden of kiezen.”

dan volgt een heel stuk over de ingreep en het artikel eindigt hiermee:

“4. Discussie
Het is belangrijk om geval voor geval te bekijken. Je moet een aantal dingen overwegen: het bedoelde gebruik van het paard, de rijtechniek van de ruiter en de medewerking in de nazorg van de ruiter of de verzorger. Als het een dressuurpaard is met pensioen die nu als
recreatiepaard wordt gebruikt, kan een ingreep onnodig zijn. Als de ruiter er niet helemaal achter staat en niet beseft hoe en waarom de schade is ontstaan, zal de botvliesontsteking op de lagen spoedig na de ingreep terugkomen. Paarden voelen zich duidelijk veel prettiger na het verwijderen van de actieve botvliesontsteking omdat de ontstoken en geïrriteerde zenuwen zijn weggehaald. Zo lang de reden voor de beschadigingen is weggenomen en het beschadigde weefsel is verwijderd zal het paard gaandeweg de geleden pijn vergeten. Leg de paardeneigenaren wel uit dat het paard het met een bit nooit zo prettig zal vinden alsof er nooit enige schade is geweest. Een bit dat
weinig contact maakt met de lagen is plezieriger. Een type dubbel gebroken trens, zoals het dr. Bristol-bit, geeft meer druk op de tong en minder op de lagen. Een kleine tongpoort of tongvrijheid, of een gebogen ongebroken trens of stang (Mullen) kan ook meer tongcontact geven en minder druk op de lagen. In die gevallen waarbij de snede gehecht werd was het geheelde litteken minder gewenst door het verdikte slijmvlies en het bobbelige littekenweefsel. Het nadeel van deze ingreep is de bitloze periode van 6 tot 8 weken. Deze ingreep wordt meestal gedaan buiten het wedstrijdseizoen of wanneer het paard voor een andere reden toch op stal gehouden wordt. Het is weldadig voor zowel het paard als de ruiter om zo’n 6 weken periode mee te maken van werken onder het zadel zonder bit.
De operatieve ingreep is eenvoudig te doen en kan gebeuren als een staande ingreep en vereist alleen maar een basisinstrumentarium. Het is een behandeling die een algemene paardenarts bij de cliënt thuis kan uitvoeren. De behandeling heeft een laag risico op complicaties.

Paarden en ruiters kunnen enorm profiteren van het welzijn dat wordt gegeven door de operatieve verwijdering van de botvliesontsteking op de onderkaak.”

Het hele artikel kun je hier lezen.

Gepost op

Belang van een ontspannen tong

ANATOMIE LES

Anatomie en fysiologie van de paardenmond

De sleutel tot het begrip hoe bitten in het algemeen inwerken op de paardenmond, ligt in het begrijpen van de anatomie van de tong, hoofd en nek en hoe de voorhand van het paard samenhangt met de beweging van het totale paardenlichaam.

De tong ligt gedeeltelijk tussen de onderkaakbeenderen (de lagen van de mond) en gedeeltelijk boven die beenderen in de mond. Een aantal tongspieren is verbonden met een kleine hoeveelheid botjes in de keel, die tongbeentjes heten (zie tekening B). Vanuit die tongbeentjes lopen twee belangrijke halsspieren: de één loopt naar het borstbeen en de andere loopt naar de binnenkant van de schouder. Er bestaat dus een directe verbinding van de tong naar het borstbeen en de schouder. Als er derhalve spanning bestaat in de tong, dan heb je ook spanning die helemaal doorloopt naar het borstbeen en de schouder via de halswervel waar je juist wilt dat daar kan worden nagegeven (zie tekening A). Heb je eenmaal spanning in het borstbeen, dan kan het paard onmogelijk zijn rug welven en de spierketting gebruiken die de hals met de staart verbindt en die via de buik van het paard weer terugloopt naar de hals.

Een paar zeer belangrijke details: er bestaan kleine spiertjes die de tongbeentjes verbinden met het kaakgewricht en met het gebied rond de nek, waar het hoofd aan de hals verbonden is. Het kaakgewricht is feitelijk een belangrijk centrum voor de zenuwen die zorgen voor balans en proprioceptie. Proprioceptie is een onderdeel van het centrale zenuwstelsel van het paard, waardoor het weet waar zijn voeten zich bevinden zonder ernaar te kijken en maakt derhalve ook deel uit van het coördinatiesysteem van het paard. Ook de zenuwen van de onbewuste registratie (proprioceptie) van de voorbenen van het paard liggen in het gebied van de tongbeentjes.

De nek is belangrijk omdat het kopstuk van het hoofdstel daarop druk kan uitoefenen en er een nauwe relatie bestaat tussen de spiertjes van de tweede halswervel, het tongbeen, het kaakgewricht, het hoofd en de nek.

Wanneer we al deze anatomie en fysiologie vertalen naar het paard, kunnen we stellen dat hij in staat is om vrijer te bewegen met een betere coördinatie door een vrije, ontspannen en zachte tong. De passen van een paard kunnen opvallend langer worden, zijn balans wordt beter en bovenal wordt het paard gemakkelijker te rijden.

Het enige nadeel van deze medaille is, dat de ruiter misschien moet leren een andere teugeltechniek te hanteren om geëigend op deze nieuwe mate van zachtheid te reageren.

Bron: Dr. Joyce Harman, DVM, MRCVS
Ontleend aan: “A whole bit better” door D.R. en B. Myler

Gepost op

Ademhaling en de ligging van de neusriem

Het paard ademt in en uit via de neus. Hij kan niet via zijn mond ademhalen, zoals wij mensen dat wel kunnen. Een stukje anatomie van de neus van het paard.

DE NEUS
De neus bevat doorgangswegen (nasal airways) die de lucht van buiten naar de keel leiden. In de neus zitten vitale organen die onder andere zorgen dat de lucht verwarmd, bevochtigd en gefilterd wordt. De openingen van de neusdoorgangen vormen de neusgaten (nostrils). De neusgaten zijn opgebouwd rondom rondlopend stevig kraakbeen. Dit kraakbeen kan uitgerekt worden of opengesperd, om meer lucht binnen te krijgen gedurende arbeid. De linker en rechter neusdoorgangen zijn gescheiden door een reep kraakbeen dat neusseptum genoemd wordt. Ieder neusgat bevat drie tere beenderen, die scheidingswanden (turbinalen) worden genoemd. Deze beenderen zijn overdekt met een dik en zacht slijmvlies. De bovenste (dorsale) en de lagere (ventrale) scheidingswanden zijn lang. Ze liggen opgerold in de vorm van een boekrol en tellen vele gaten, zoals een zeef. Samen met het slijmvlies dragen ze bij aan de nauwkeurigheid van het geurvermogen van het paard, omdat ze een breed oppervlakte beslaan. Het derde been is de ethmo-turbinal. Deze ligt helemaal achterin de neusholte en bestaat uit een groep plaatachtige rolletjes. Het slijmvlies dat deze structuur omkleedt, zit vol met reukzenuwen, die de “geur” boodschappen doorsturen naar de paardenhersenen.

Op de 1e foto zie je de diepe inhammen naast het smalle stukje neusbrug (de ingangen van de ademhalingswegen, de premaxilla). Hier kan het paard zijn neus in- en uitzetten en het kan hier gaan opzwellen wanneer het paard extra zuurstof nodig heeft (bijvoorbeeld bij (in)spanning). Dit gehele onderste gedeelte van de neus hoort vrij te blijven, zodat het paard niet geblokkeerd wordt in z’n ademhaling en altijd voldoende zuurstof binnen kan krijgen. Daarnaast is dit onderste gedeelte van de neus erg gevoelig en ook breekbaar, dus daar moeten we gewoon afblijven. Ook zie je waar het hele kaakbot overgaat in het smalle neusbot. Hier voel je ook de inhammen naast de neusbrug en waar ze ophouden en dat het neusbot hier wat breder en ook harder is. Dit is het juiste punt voor de ligging van de neusriem en hier is het onmogelijk om de ademhaling te belemmeren. De neusriem mag ook hoger liggen dan op deze plek, maar beslist niet lager dan dat harde stukje neusbot bovenaan de kraakbeen inhammen. De foto waar de zwarte band lager op de neusbrug ligt, is dus te laag!

DE LIGGING VAN DE NEUSRIEM
Het maakt niet uit welk soort hoofdstel je gebruikt; geen enkele neusriem mag lager liggen dan op de 2e foto aangegeven.

Iets hoger kan wel indien je paard of jij zelf dit prettiger vindt. Je paard kan dit bijvoorbeeld aangeven door met zijn hoofd te schudden, of veelvuldig met zijn hoofd langs zijn benen te schuren, of overdreven gevoelig te reageren op de ruiter en dergelijke. Doe dan de neusriem gerust een stukje hoger. Weet wel dat hoe hoger de neusriem ligt, hoe minder gevoelig het neusbot daar is, dus ook dat je paard daarop minder gevoelig kan reageren, maar dat hoeft absoluut geen nadeel te zijn. Zodra de neusriem correct op hoogte ligt, wordt de kinriem aangetrokken en wel iets strakker dan bij de hoofdstel met bit. Er moet een platte vinger passen tussen neus en neusriem. Zo zit de kinriem vast, maar niet aangesnoerd en kan de neusriem niet verschuiven als er druk met een teugel wordt uitgeoefend. Een schuivend hoofdstel geeft ruis, verliest aan inwerking en op den duur kunnen de haren
van de vacht afgeschuurd worden en kunnen schaafwondjes ontstaan. De neusriem zit te los wanneer de bakstukken fiks van het hoofd gaan afstaan wanneer de teugels worden aangenomen.

TER VERGELIJKING
Probeer het eens bij jezelf. Voel met twee vingers langs je neusvleugels naar boven over je neus. Geef op sommige plaatsen wat lichte druk. Je voelt onder andere je neusbotje en ook een zachter gedeelte, waar het ook wat gevoelig is. Als je dit zachte gedeelte zachtjes indrukt, merk je dat je minder lucht inhaleert; wij mensen doen dan automatisch onze mond open om te blijven doorademen, maar een paard kan alleen door de neus ademen en niet via de mond zoals wij. Daarom moet de neus van het paard altijd vrij gehouden worden van elke belemmering dan ook. Sommige topsporters hebben een piepklein plakkertje op hun neus; dit zorgt ervoor dat de neusvleugels beter open blijven staan tijdens flinke inspanning, zodat er een optimale luchttoevoer ontstaat. Nu begrijp je waarschijnlijk wel dat wanneer je de neus van het paard zou belemmeren, dat het paard onvoldoende zuurstof binnen krijgt om optimaal te kunnen presteren.

Er zit natuurlijk nog veel meer aan het verhaal ademhaling vast. De hoofd/halshouding bijvoorbeeld speelt hier ook een zeer belangrijke rol in (hoe dichter het paard zijn neus naar de borst moet houden, hoe meer de ademhaling belemmerd wordt).

Zorg er dus altijd voor dat je neusriem op de juiste hoogte ligt! We benadrukken het nog een keer:

LAGER DAN WAAR DE INHAMMEN OPHOUDEN MAG NIET, HOGER MAG WEL…

bron: www.bitloos.nl